De programmabrede stuurgroep van Interreg VI A Deutschland-Nederland heeft vijf nieuwe projecten in de euregio rijn-maas-noord goedgekeurd met een totale waarde van 14,3 miljoen euro. De projecten richten zich op innovatie in agrifood, duurzame voeding, cultuur, arbeidsmarkt en slimme landbouw.
Grensoverstijgend onderwijs in agrifood
Het project Trinational Education in Agrifood stimuleert samenwerking tussen onderwijsinstellingen in Nederland, Duitsland en Vlaanderen. Studenten worden aangemoedigd om over de grens kennis en ervaring op te doen. Dit moet talentbehoud versterken en bijdragen aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt in de regio.
Duurzame eiwitproducten
Met SENSUPPLANTPRO werken bedrijven en kennisinstellingen samen aan de ontwikkeling van smakelijke en voedzame plantaardige eiwitproducten. Het project draagt bij aan de eiwittransitie en een duurzamer voedselsysteem in Europa.
Culturele samenwerking en talentontwikkeling
Het project Resonanz brengt jonge makers uit Limburg en Nordrhein-Westfalen samen. Door kruisbestuiving tussen disciplines zoals opera en urban culture ontstaan nieuwe vormen van kunst en coproductie, met aandacht voor talentontwikkeling en culturele verbinding in de grensregio.
Aanpak uitbuiting arbeidsmigranten
GAHA richt zich op het bestrijden van uitbuiting van EU-arbeidsmigranten. Nederlandse en Duitse partners versterken samenwerking, ondersteuning van slachtoffers en handhaving. Doel is een eerlijke en veilige arbeidsmarkt.
Innovatie in precisielandbouw
Het project LEAF ontwikkelt een innovatief sensorplatform dat plantgezondheid realtime meet. Deze technologie maakt efficiënter gebruik van water en voedingsstoffen mogelijk en draagt bij aan duurzame landbouw.
Financiering
Met een gezamenlijke omvang van circa 14,3 miljoen euro onderstrepen de vijf projecten het belang van grensoverstijgende samenwerking. Bijna 7 miljoen euro komt via het Interreg-programma uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). De overige middelen komen van Nordrhein-Westfalen, Niedersachsen, het Ministerie Economische Zaken en Klimaat,acht Nederlandse provincies en van de projectpartners zelf.